Home » Leerzame feiten! » Voltige » Uitgangspunten voltige

Combineren van kennis en vaardigheden
Voltige vereist expertise uit verschillende vakgebieden: paardensport (omgang met paarden, longeren, rijkunst), sport in het algemeen (anatomie, fysiologie, biomechanica, bewegingsleer), specifieke disciplines (ritme en bewegen, acrobatiek, trampolinespringen, turnen) en pedagogische kwaliteiten (pedagogiek, didactiek, creeëren van teamverband). Er zijn weining trainers, die op al deze gebieden kennis en vaardigheden bezitten. Door de expertise van de bovenstaande vakgebieden te combineren kunnen techniek en trainingsmethoden voor het voltigeren worden verbeterd.

Gezondheid
Sport (ook topsport) dient gezond te zijn. Topsport wordt tegenwoordig vanuit een fysiologische manier bekenen. Bij recreatiesport ligt het accent meer op plezier, beleving en deelneming. Ten alle tijden is een goede basistechniek essentieel voor gezond bewegen. Biomechanica is een goed hulpmiddel om een goede basistechniek formuleren.
Begin jaren negentig is het Institute National du Sport et ‘Education Physique (INSEP) in Parijs vanuit de theorie van de biomechanica en de metingen uit wetenschappelijk onderzoek begonnen de meest gezonde bewegingstechniek voor voltige-oefeningen voor de voltigeur te definiëren. In 1993 is tijdens een seminar van de Federation Equestre Internationale (FEI) voor internationale juryleden besloten te jureren volgens de principes van de biomechanica. Inmiddels is de optimale bewegingstechniek voor de verplichte oefeningen gedefinieerd en vastgelegd in het internationale voltigereglement van de FEI. Onderzoek met betrekking tot de kur is gestart.

 

Voltigeren is primair paardensport
Ook in de paardensport staat de gezondheid, het welbevinden van het paard centraal. De techniek van de ruiter is een bedoeld om het paard gezonder te laten bewegen waarbij het paard zichtbaar plezier en tevredenheid uitstraalt.
Toen circa 1976 in Nederland werd begonnen met voltigeren was voltigeren in eerste instantie bedoeld als basis voor het leren paardrijden. Paarden met een korte, vlakke, stijve en monotone "galopsprong" maakte het mogelijk spektaculairdere oefeningen uit de turnsport te gebruiken bij het voltigeren. Deze ontwikkeling stimuleerde het inzicht dat voltigeurs sporttechnische basisvaardigheden moeten beheersen om gezond en verantwoord te kunnen voltigeren. Eind jaren tachtig lag het accent op turn-technische vaardigheden in plaats van rij-technische vaardigheden en was het paard gedegradeerd tot een "turn-toestel". Reglementair ingrijpen van de Federation Equestre Internationale (FEI) in 1995 moet het gebruik van oude-, ongezonde-, bewegingsbeperkte- of niet voor hun taak opgewassen paarden elimineren uit de voltigesport. Het paard en zijn manier van bewegen, wordt sindsdien tweemaal apart beoordeeld tijdens een voltigewedstrijd.
Deze evolutie geeft aan dat de essentie van voltigeren ligt in de evenwichtige combinatie van mens en paard. Echter voltigeren is voortgekomen uit - en nog steeds onderdeel van - de paardensport. De fysieke training van de voltigeur mag daarom niet ten koste gaan van de ontwikkeling van de rij-technische basisvaardigheden. De fysieke sporttechnische training van de voltigeur moet rijtechnische vaardigheden ondersteunen en verbeteren.
Hoewel voltige momenteel veel bewegingsverwantschappen heeft met turn- en balletachtige sporten betekent dit uitgangspunt dat niet alle oefeningen van dergelelijke sporten kunnen worden toegepast bij het voltigeren. Voltigeren is geen turnen, ballet, acrobatiek, trampolinespringen of kunstschaatsen. Voltige is een sport apart waarbij de gezondheid- en het welbevinden van het paard de ontwikkelingsrichting en grenzen aangeeft van de voltigesport.
Vanuit de biomechanica wordt onderzoek verricht over de relatie paard en voltige-oefeningen. De optimale beweginstechniek dient niet alleen optimaal te zijn voor de voltigeur, maar ook optimaal voor het paard. De uitkomsten van dit onderzoek zou de bewegingstechniek van oefeningen kunnen wijzigen of samenstelling van oefeningen kunnen wijzigen.

Voltigeren vereist aparte motoriek
Spektakel, show en grenzen verleggen blijven attractief in de sport. Spectaculaire oefeningen van andere sporten zullen in toenemende mate ook worden gebruikt bij het voltigeren. Daarbij dreigt het gevaar dat er voor het welbevinden van het paard een verkeerde motoriek (techniek) wordt aangeleerd.
Sporten, die bewegingsverwantschappen vertonen met voltigeren in de huidige vorm, zoals turnen, ballet, acrobatiek, trampolinespringen en kunstschaatsen, vereisen diverse vormen van lichaamsspanning om kracht te genereren voor het uitvoeren van oefeningen. Bijvoorbeeld kaatskracht om van de grond omhoog te springen of veiligheidspanning om te voorkomen dat de gewrichten op elkaar klappen bij een landing. De techniek van het paardrijden is echter gebaseerd op zo min mogelijk spierspanning van de ruiter. Ontspanning van de ruiter is noodzakelijk voor het welbevinden van het paard, de bewegingen van het paard te kunnen volgen en het gevoel van de ruiter. Een paard vertoont vluchtreacties bij teveel spanning van de ruiter. Een ruiter met teveel spierspanning gaat stuiteren, komt los van het paard, kan de bewegingen van het paard minder makkelijk volgen. Het gevoel zorgt ervoor dat de ruiter de bewegingen- en reacties van het paard waarneemt en het gevoel van de mens is beter bij onspannen spieren. 
Indien de oefeningen uit sporten als turnen, ballet, acrobatiek en kustschaatsen worden overgenomen dient te woren gerealiseerd dat deze oefeningen op een andere wijze moeten worden uitgevoerd en waarschijnlijk ook op een andere wijze moeten worden aangeleerd. Spectaculaire oefeningen mogen eruitzien als ‘turn-oefeningen’, maar het paard vereist echter een wezenlijk andere techniek/uitvoering. De motoriek voor het voltigeren is dus (samengevat) ‘de motoriek die nodig voor het paardrijden. Dit is de zogenaamde ‘fijne motoriek’ zoals ontspanning, ritmegevoel, evenwicht, houding en vooral fijne coördinatie.