Omstreeks 1950 werd voltige in Duitsland zo populair dat er regels werden opgesteld en wedstrijden werden georganiseerd. In 1983 is Voltige erkend door de Federation Equestre International (F.E.I.) als een volwaardige discipline binnen de ruitersport en is er een subcommissie "Vaulting" opgericht om de sport te ontwikkelen en een internationaal reglement te ontwikkelen. Het eerste EK werd vervolgens in 1984 gehouden en het eerste WK 1986 in Zwitserland.

Conform de 'introductievisie' werd nationaal en internationaal gevoltigeerd vanuit de 'introductievisie' waarbij het paard en het ontwikkelen van een goede techniek voor het paardrijden centraal stond. Tijdens de eerste internationale seminars, georganiseerd door de FEI, werd Amerika onder andere vertegenwoordigd door de coaches uit de dressuurtop.

 

Sindsdien heeft de sport zich geëvolueerd, hetgeen gezien het onstaan van het fenomeen sport, het fokken en africhten van paarden voor de sport en vooral de veranderende opvattingen over sport met dieren (publieke opinie) niet verwonderlijk is. Een korte globale schets van de opvattingen met betrekking tot de voltigesport vanaf 1983.

Gebrek aan techniek (en veiligheid) op het gebied van training van het menselijk lichaam, heeft geleid tot het introduceren van docenten lichamelijk opvoeding, fysiotherapeuten en sporttrainers uit andere takken van sport in de voltigesport. Het positieve gevolg hiervan is dat de ontbrekende training van fysieke vaardigheden van de voltigeurs is geïntroduceerd in de voltigesport. Het niveau van de voltigesport is hiermee aanzienlijk gestegen en de voltigesport in het algemeen is daarmee een stuk veiliger gemaakt. Deze toevoeging heeft echter ook een keerzijde gehad voor de voltigesport. Het heeft bijvoorbeeld tijdens internationale bijeenkomsten tot felle discussies geleid tussen paardenmensen en sportmensen over hoe een voltigeur bijvoorbeeld op zijn paard zou moeten zitten. De voltigesport heeft zich ondanks vele protesten uit de paardenwereld ontwikkeld richting turnsport. Veel paardenmensen hebben zich als gevolg daarvan teruggetrokken uit de internationale discussie over de voltigesport. Basisvaardigheden voor het paardrijden werden volgens hen verkeerd aangeleerd. Het gevolg is dat internationale discussies over wat voltige zou moeten zijn anno 1997 voornamelijk door medici en sporttrainers wordt gevoerd.

Het accent op het turntechnische gedeelte van de voltigeur heeft ertoe geleid dat steeds meer spectaculaire oefeningen werden vertoond en dat het paard werd 'verwaarloosd'. Deze spectaculaire oefeningen leidden soms tot gevaarlijke situaties. In verband met de veiligheid is het internationale reglement bijgesteld. De uitvoering van de oefeningen telt bij de beoordeling twee keer zo zwaar mee als de moeilijkheid van de oefeningen. Verder werden paarden gebruikt die dit turnen 'aankonden'. Met een oud stijf paard met een eentonige stijve korte galop konden meer moeilijke oefeningen worden getoond en daarmee een beter resultaat worden behaald dan met een jong, dynamisch en ruim galopperend paard. Dit laatste heeft geleid tot de terechte kritiek van de FEI dat de voltigesport geen paardensport meer is. Er wordt niet gekeken naar het welbevinden van het paard. Het paard wordt als middel gebruikt en niet als doel op zich.

In reactie op deze kritiek is een internationale discussie gestart en het internationale reglement wederom aangepast. Paarden worden strenger gekeurd en het paard telt nu conform de uitvoering twee keer zo zwaar mee.

De Nederlandse voltigesport is georganiseerd vanuit de paardensport en ondergebracht bij de basiswedstrijdsport bonden. In Nederland zijn meer paardenmensen bij de voltigesport betrokken dan sporttrainers. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland. Het turnen is in Nederland niet het hoofddoel.